Mondelinge vraag van sp.a Kamerlid Dirk Van der Maelen aan minister Karel De Gucht inzake wapenhandel aan Israel

19 januari 2009 -- Sinds 2003 zijn de drie Belgische gewesten bevoegd voor de in-, uit- en doorvoer van militair materieel en van producten en technologieën voor tweeërlei gebruik.

Artikelen 4 tot 10 van dit Samenwerkingsakkoord regelen de doorstroming van informatie en mogelijkheden tot overleg die nodig zijn voor de correcte uitoefening van de bevoegdheden  om in- uit- of doorvoervergunningen te verstrekken of te weigeren.

Artikel 5 van het samenwerkingsakkoord stelt dat ‘de Gewesten, in samenspraak met de FOD Buitenlandse Zaken, een lijst opstellen van landen waarover actiever informatie zal worden uitgewisseld. Alle nieuwe informatie met betrekking tot deze landen en relevant voor de uitoefening van hun bevoegdheid, zal onmiddellijk door het federale contactpunt aan de gewestelijke contactpunten worden overgemaakt. De Gewesten stellen het federale contactpunt op de hoogte indien zij een aanvraag ontvangen voor een van de in de lijst opgenomen landen, voor zover de aanvraag voldoet aan de in de lijst opgenomen criteria. In dit geval maakt het federale contactpunt binnen de vijf werkdagen na ontvangst alle nuttige informatie over.’

>Artikel 7 stelt dat ‘indien zij dit nodig achten, de Gewesten of de Federale Staat een aanvraag tot consultatie indienen bij de FOD Buitenlandse Zaken of bij de Gewesten.

Het blijkt dat er nog steeds doorvoer van wapens via Belgische luchthavens naar Israel plaatsvindt, alsook dat de wapenuitvoer uit België naar Israel sinds 2004 sterk gestegen is. De wapenwet somt een aantal aanwijzingen op die toelaten een uitvoer- of doorvoervergunning te weigeren, ondermeer wanneer de uitvoer of doorvoer bijdraagt tot een klaarblijkelijke schending van de mensenrechten, of de uitvoer bijdraagt tot een duidelijk risico dat het ontvangende land het bedoelde materieel voor agressie jegens een ander land gebruikt of er kracht mee wil bijzetten aan territoriale aanspraken.

Graag had ik volgende vragen gesteld aan de minister:

  1. Is Israel opgenomen in de lijst van landen waarover actiever informatie zal worden uitgewisseld? Zo ja, is er uitwisseling geweest van informatie tussen het federale en gewestelijke contactpunt? Is het federale contactpunt op de hoogte gesteld van aanvragen ter zake en is er vervolgens informatie-uitwisseling geweest? Zo nee, zal Israel worden opgenomen in deze lijst die eenmaal per semester kan worden aangepast?

  2. Is er, conform artikel 7, een aanvraag tot consultatie ingediend door de gewesten bij de FOD buitenlandse zaken?  Zo ja, welk advies werd er vanuit de FOD gegeven?

  3. Is er conform artikel 7 een aanvraag tot consultatie ingediend door de federale staat bij de gewesten? Zo ja, wat is het resultaat hiervan? Zo nee, waarom heeft de minister in dit actuele en gevoelige dossier geen verdere stappen ondernomen?

  4. Is het verlenen van een uitvoer- of doorvoergunning in het licht van de levering van wapens aan Israel volgens de minister een overtreding van de wapenwet? Zal de minister hieromtrent binnen zijn bevoegdheden concrete stappen ondernemen of overleg plegen?

    Dirk Van der Maelen, Kamerlid sp.a