Wapenhandel en de verkiezingen

(Voor de in de nieuwsbrief genoemde brief, klik hier) Met de verkiezingen in het vooruitzicht heeft Stop Wapenhandel in kaart gebracht wat politieke partijen doen op het gebied van wapenhandel, wapenexporten en de wapenindustrie. Nagenoeg alle partijen met (kansen op) zetels vermelden er wel iets over in hun  verkiezingsprogramma’s. Om te weten wat de plannen waard zijn is het minstens zo belangrijk om te kijken wat de huidige in de Tweede Kamer vertegenwoordigde partijen met deze onderwerpen hebben gedaan in de aflopende zittingsperiode (vanaf eind maart 2017). 

De afgelopen vier jaar is in de Tweede Kamer met regelmaat gesproken over wapenexport en de wapenindustrie. Bijvoorbeeld over wel of geen wapens naar Saoedi-Arabië, en andere oorlogvoerende partijen in Jemen, en naar Turkije. En over de doorvoer van munitie via de Rotterdamse haven. Ook werd er gesproken over Europese subsidies voor onderzoek en ontwikkeling van nieuwe wapens. Een ander onderwerp waren de problemen die de Nederlandse wapenindustrie zou ondervinden door de vermeend strenge toepassing van Europese wapenexportregels door de Nederlandse regering. Welke partij is het meest kritisch over Nederlandse wapenexporten? Wie werpt zich op als spreekbuis van de wapenindustrie? Zijn er partijen die het onderwerp mijden? En wie zegt dan weer dit, dan weer dat? Een overzicht van de partijen die volgens de diverse peilingen kans maken op een of meer zetels in de nieuwe Tweede Kamer.

Waarover praat het parlement?

Het Nederlandse wapenexportbeleid is één, soms twee, keer per jaar hoofdonderwerp van debat in een vergadering. In zo'n Algemeen Overleg wordt het wapenexportbeleid in het voorafgaande jaar besproken. Ook afzonderlijke regeringsbrieven over bijvoorbeeld vergunningen voor hele grote wapenexporten staan op de agenda. Naast specifieke exporten komen zaken aan de orde als algemene regels, controle, EU-wapenexportcriteria en de uitvoer van bepaalde soorten wapens. Zo was het instellen van een vergunningplicht voor surveillancetechnologie een terugkerend thema.

Daarnaast stellen partijen wapenexport soms aan de orde bij bijvoorbeeld debatten over specifieke landen/regio’s, buitenlands beleid en de Nederlandse inbreng in internationale gremia. Onder meer wapenleveranties aan Saoedi-Arabië en Turkije werden op deze wijze vaker besproken.

Zeer recent hebben de Kamerleden Bosman (VVD) en Van Helvert (CDA) een Initiatiefnota naar de Tweede Kamer gestuurd met voorstellen die de facto neerkomen op het grotendeels afschaffen van het Nederlands wapenexportbeleid. Ze vinden het exportbeleid “te strikt en onvoorspelbaar” en een “bedreiging voor banen en innovatieve werkgelegenheid”.

Midden-Oosten

Wapenexport naar Saoedi-Arabië en andere landen die betrokken waren of zijn bij de oorlog in Jemen, zoals de Verenigde Arabische Emiraten (VAE) en Egypte, was het meest besproken onderwerp gedurende de hele zittingsperiode van deze Kamer. De regering stelde uiteindelijk een zogenaamde ‘presumption of denial’ in tegen deze landen. Dit houdt in dat er geen wapens geleverd mogen worden tenzij duidelijk is dat ze niet in de oorlog in Jemen ingezet kunnen worden. Ten aanzien van Egypte werd deze stap na enige tijd teruggedraaid, een paar maanden voordat wapenbedrijf Thales een groot contract voor levering van radar- en vuurleidingssystemen aan de Egyptische marine sloot. Wapenhandel met Turkije kwam in de Kamer al aan de orde wegens de repressie en het geweld tegen Koerden in Turkije zelf, maar de inval in Noord-Syrië leidde ook tot een ‘presumptiom of denial’-beleid.

Wapenaankopen door Nederland

In Defensie-debatten komen Nederlandse wapenaankopen, en budgetten daarvoor, aan de orde. Afgelopen jaren was de instelling van het Defensiematerieelfonds hierbij een belangrijke stap. In dit fonds wordt voor langere tijd een budget voor wapenaankopen vastgelegd. Zo kunnen eventuele bezuinigingsplannen van toekomstige regeringen hier geen invloed op hebben. Het fonds werd, met steun van een zeer ruime Kamermeerderheid, vorig jaar gevuld met €45 miljard voor de periode 2020-2035. Daarmee werd een grote wens van de wapenindustrie vervuld.

Steun voor de Nederlandse wapenindustrie kwam ook aan de orde in de Defensie Industrie Strategie,. Deze strategie is onder meer gebaseerd op het idee dat een sterke Nederlandse wapenindustrie van belang is om het beste materieel voor de krijgsmacht te verkrijgen. Omdat de aankoop door de Nederlandse krijgsmacht alleen onvoldoende is om die industrie in stand te houden, wordt er vervolgens benadrukt dat meer wapenexport van belang is. Verder brachten partij de belangen van de industrie vooral naar voren in debatten over concrete zaken, zoals het meer betrekken van Nederlandse wapenbedrijven bij de bouw van nieuwe onderzeeboten voor de Nederlandse marine. De Nederlandse wapenindustrie wil zoveel mogelijk profiteren van de miljarden euro’s die hiervoor klaarliggen.

Europees geld voor wapenonderzoek

De Tweede Kamer besprak de afgelopen jaren de positie van de Nederlandse regering ten aanzien het Europees Defensiefonds, een nieuw instrument waarmee in de EU-begrotingscyclus 2021-2027 €8 miljard beschikbaar komt voor onderzoek en ontwikkeling van nieuwe wapens. Volgens planning moeten daar nog miljarden extra van lidstaten aan toegevoegd worden. Met dit fonds wil men de internationale concurrentiepositie van de Europese wapenindustrie vergroten. Dit is bedoeld als basis voor het uitbouwen van de Europese militaire capaciteiten. Er gaat ook gestreefd worden naar meer export van Europese wapens naar de rest van de wereld.

Lobby van de wapenindustrie

Daarnaast zijn er andere thema’s die ook van belang zijn in de context van wapenhandel en de belangen van de wapenindustrie. De industrie zelf heeft bijvoorbeeld niet voor niets flink gelobbyd voor de verhoging van het budget voor Defensie, met het oog op meer geld voor wapenaankopen. Voor de industrie is duidelijk dat het defensiebudget moet gaan richting de door de NAVO gewenste 2% van het BBP. Tegelijkertijd wordt er ook gediscussieerd over Europese defensiesamenwerking en de mogelijke oprichting van een Europees leger, naast de NAVO-structuren. Dat zou nog meer geld voor Defensie en wapenaankopen betekenen.

De discussie over de (toekomstige) taken en functies van de krijgsmacht is van invloed op de vraag welke middelen je daarvoor nodig hebt. Wel of geen gevechtsvliegtuigen die geschikt zijn voor aanvalsoorlogen bijvoorbeeld. De wapenindustrie werd om advies gevraagd voor de vorig najaar gepresenteerde Defensievisie 2035. Met het resultaat kunnen wapenbedrijven tevreden zijn: de krijgsmacht krijgt een breed pakket aan taken toebedeeld, met een forse verhoging van de defensiebegroting en nauwere samenwerking met de Nederlandse industrie.

Steeds vaker militaire inzet bij politieke en sociale vraagstukken

Ook de keuze hoe Nederland reageert op mondiale vraagstukken, zoals klimaatverandering en migratie, is van belang voor de wapenindustrie. Mede door lobby uit die hoek worden dergelijke problemen vaak neergezet als bedreigingen voor de veiligheid. Dit leidt tot ‘oplossingen’ met inzet van militaire middelen. Tot die oplossingen horen bijvoorbeeld het militariseren van grensbewaking, het besteden van geld voor ontwikkelingssamenwerking aan militaire middelen of het naar voren schuiven van de krijgsmacht om de gevolgen van klimaatverandering het hoofd te bieden. Het gaat om de gehele invulling van het Nederlandse buitenlands en veiligheidsbeleid: kiezen we voor militaire slagkracht en machtspolitiek of voor inzetten op vreedzame conflictbeslechting, het wegnemen van oorzaken voor gewapende conflicten en het werken aan duurzame, inclusieve veiligheid? Voor meer geld voor krijgsmachten en wapens of voor zorg, onderwijs, klimaat, bestrijding van armoede en woningnood en voor internationale rechtvaardigheid?

Standpunten partijen

Klik op het logo voor een toelichting op de standpunten van een partij.

50PLUS heeft weinig aandacht voor wapenhandel en -industrie. De partij stemde soms voor beperkingen op wapenexport naar controversiële bestemmingen, soms tegen. Ze sloot zich aan bij moties voor financiering en steun voor de Nederlandse wapenindustrie. 

 

BIJ1 wil Europese wapenexporten verbieden, de huidige wapenindustrie in Nederland omvormen voor civiele productie en geen nieuwe wapenbedrijven. BIJ1 legt ook nadrukkelijk de relatie tussen Westers internationaal beleid, waaronder wapenleveranties, en redenen waarom mensen moeten vluchten.

 

Het CDA zet vooral in op steun voor de Nederlandse wapenindustrie. De partij pleitte voor meer Nederlandse investeringen, meer Nederlandse orders en soepelere wapenexportregels. Het CDA wil geen nationale beperkingen op wapenexport naar bepaalde landen, maar alleen gezamenlijke stappen in EU-verband.

 

De ChristenUnie wil Nederlandse en internationale wapenexport beperken, liefst via EU-afspraken. De inzet van de partij in de Kamer geeft een wisselend beeld. Ze stemde soms voor beperkingen op wapenexport naar controversiële bestemmingen, soms tegen. De ChristenUnie sloot zich aan bij moties voor financiering en steun voor de Nederlandse wapenindustrie.

 

D66 wil de huidige wapenexportcriteria aanscherpen en het wapenexportbeleid vooral op EU-niveau vormgeven, met een onafhankelijke Europese wapenexportautoriteit. In de Kamer zette de partij zich actief in voor het beperken van wapenexporten naar Saoedi-Arabië en Turkije, maar stemde in andere gevallen tegen strenger beleid.

 

DENK wil de internationale wapenhandel inperken en minder nieuwe wapens aankopen. De partij pleitte voor een VN-wapenembargo tegen Myanmar en stemde voor moties voor embargo’s tegen Saoedi-Arabië en Egypte, maar keerde zich tegen een embargo tegen Turkije. Ze sloot zich aan bij moties voor financiering en steun voor de Nederlandse wapenindustrie.

 

GroenLinks wil een strenger wapenexportbeleid en zette zich hier in de Kamer actief voor in, onder meer door het indienen van moties voor wapenembargo’s en voor een strengere controle op doorvoer van munitie via Nederland. De partij stemde voor het Defensiematerieelfonds voor wapenaankopen, maar keerde zich tegen specifieke steun voor de Nederlandse wapenindustrie.

 

De Partij voor de Dieren wil een aanscherping van het wapenexportbeleid. In de Kamer was de partij weinig actief op het onderwerp, maar stemde wel voor alle moties om wapenexporten in te perken. Ze stemde tegen het oprichten van het Defensiematerieelfonds en tegen moties voor meer steun voor de Nederlandse wapenindustrie.

 

De PvdA wil een terughoudend wapenexportbeleid. Toen de partij nog in de regering zat was ze weinig kritisch over wapenexporten, als oppositiepartij sprak ze zich wel uit voor wapenembargo’s en meer controle op munitiedoorvoer via Nederland. De PvdA sloot zich aan bij moties voor financiering en steun voor de Nederlandse wapenindustrie.

 

De SGP wil fors meer wapens aankopen en meer steun voor de Nederlandse wapenindustrie. De partij stemde in de Kamer soms voor moties voor een strikter wapenexportbeleid, soms tegen. De SGP liep voorop bij pogingen tot meer inschakeling van Nederlandse bedrijven bij de bouw van nieuwe onderzeeboten.

 

De SP wil een strenger wapenexportbeleid en geen steun voor de (Nederlandse) wapenindustrie. De partij zette zich hier zeer actief voor in de Kamer en liep voorop in het indienen van moties en vragen voor wapenembargo’s en een strikter beleid in het algemeen. De SP keerde zich tegen de oprichting van het Defensiematerieelfonds, grote nieuwe wapenaankopen en pogingen om hierbij de Nederlandse industrie te bevoordelen.

 

Volt besteedt in het verkiezingsprogramma geen aandacht aan onderwerpen op het vlak van wapenhandel en wapenindustrie. In het algemeen wil de partij meer Europese samenwerking op militair gebied, ook bij het aanschaffen van materieel.

 

De VVD kiest voor meer steun voor de Nederlandse wapenindustrie, voor minder beperkingen op wapenexporten en voor de aanschaf van veel nieuwe wapens voor de krijgsmacht. De partij stemde tegen wapenembargo’s en andere beperkingen op wapenexport en wilde als enige de exportbeperkingen tegen Saoedi-Arabië en de VAE afschaffen. Ze wil in geen geval dat Nederland een strenger beleid voert dan andere EU-landen.

 

NIDA wil ontwapenen in plaats van bewapenen. NIDA kiest voor een omslag in onze export van wapentuig, gericht op het terugdringen van de wereldwijde wapenhandel en het stoppen van het leveren van wapens aan landen die daarmee de mensenrechten van hun eigen burgers schenden en/of illegale oorlogen voeren.

 

Conclusie

De SP, BIJ1, de Partij voor de Dieren en GroenLinks zijn het meest kritisch over wapenexporten en de wapenindustrie. De SP was in de Kamer de het meest actief op dit vlak, met een consequente inzet voor een strenger wapenexportbeleid en wapenembargo’s tegen mensenrechtenschenders en landen in oorlog en tegen steun voor de wapenindustrie en nieuwe wapenaankopen. De Partij voor de Dieren volgde deze lijn ook in haar stemgedrag in de Kamer, maar was zelf nauwelijks actief op deze onderwerpen.

Nieuwkomer BIJ1 was de afgelopen vier jaar niet in de Tweede Kamer vertegenwoordigd, maar houdt in het verkiezingsprogramma een pleidooi voor stappen richting het afschaffen van de hele Nederlandse wapenindustrie en een verbod op wapenexporten. Net als de SP keert de partij zich tegen geplande grote wapenaankopen voor de krijgsmacht.

GroenLinks sprak zich in de Kamer eveneens steevast uit voor een strenger exportbeleid, voor wapenembargo’s tegen specifieke landen en tegen steun voor de wapenindustrie. De partij steunde wel het oprichten van het Defensiematerieelfonds, met miljarden euro’s voor nieuwe wapenaankopen.

De PvdA, DENK en 50PLUS toonden zich ook kritisch over wapenexporten en steunden een strenger beleid. Daarbij geldt dat de PvdA zich vooral zo opstelde als oppositiepartij. Als lid van de regering regering Rutte-2, die de eerste zeven maanden van de zittingsperiode van de huidige Tweede Kamer nog aan de macht was, was de partij veel minder kritisch en gaf geen steun aan moties voor wapenembargo’s tegen Saoedi-Arabië en Turkije. De positie van 50PLUS kwam vooral naar voren bij stemmingen over moties van anderen, zelf nam de partij nauwelijks initiatieven ten aanzien van de thematiek van wapenhandel en wapenindustrie.

Coalitiepartijen D66 en de ChristenUnie waren gematigd kritisch ten aanzien van het wapenexportbeleid van de regering. In een aantal gevallen steunden zij oppositiemoties voor een strenger beleid voor exporten naar Saoedi-Arabië en Turkije. Een wapenembargo tegen Egypte wezen beide partijen af. D66 zet verder in op Europese harmonisering van het wapenexportbeleid, maar in de huidige praktijk lijkt dat alleen mogelijk als de meest soepele uitleg van de exportcriteria wordt gehanteerd. Het is dan ook vooral wenselijk voor het bedrijfsleven.

De PvdA, D66, ChristenUnie, DENK en 50PLUS stemden allen voor het oprichten van het Defensiematerieelfonds en voor moties die de regering opriepen de Nederlandse wapenindustrie meer te betrekken bij de bouw van nieuwe onderzeeboten. Hun posities geven daarmee een wisselend beeld: enerzijds pleiten zij voor strengere wapenexportregels, anderzijds voor meer geld voor wapenaankopen en voor steun voor de Nederlandse wapenindustrie. Dat betekent ook kiezen voor een beleid dat mede gericht is op het bestendigen van die wapenindustrie en op het bevorderen van wapenexporten.

Wie de (Nederlandse) wapenindustrie een warm hart toedraagt en weinig op heeft met beperkingen op wapenuitvoer kan echter het beste terecht bij VVD, CDA of SGP. Deze drie partijen pleitten consequent voor meer steun voor Nederlandse wapenbedrijven, bijvoorbeeld door hen meer te betrekken bij de bouw van nieuwe onderzeeboten. Daarbij zij aangetekend dat de VVD van deze partijen zich het meest expliciet uitsprak tegen wapenexportrestricties en voor een Nederlands beleid dienaangaande dat in geen geval strenger is dan dat van andere EU-landen.

Andere bronnen

Wij kijken in dit overzicht specifiek naar standpunten over wapenhandel en wapenindustrie. Voor meer inzicht in hoe politieke partijen denken over aanverwante thema’s verwijzen we ook graag naar anderen, zie het lijstje hieronder. We hopen dat deze informatie bijdraagt aan het kunnen maken van een goede keuze voor de komende verkiezingen. Daarnaast zal het ook in de zittingsperiode van de nieuwe Tweede Kamer hard nodig blijven om van buiten het parlement in actie te komen tegen wapenhandel. Veranderingen komen niet zonder maatschappelijke druk tot stand.

Andere bronnen mbt de verkiezingen:

– een inventarisatie van passages uit verkiezingsprogramma’s over wapenhandel en defensie, inclusief die van een aantal partijen die in deze analyse niet zijn meegenomen, gemaakt door het Vredesburo Eindhoven in het kader van het initiatief ‘Geef Wapens Geen Stem!’;

– een ‘Kieskompas Kernwapens’ van de NVMP;

– een serie interviews van PAX met kandidaat-Kamerleden over vrede en veiligheid;

– een inventarisatie van de standpunten over het defensiebudget door Clingendael;

– het Grote Clingendael Buitenland Debat op donderdag 11 maart;

– een overzicht van defensieparagrafen uit verkiezingsprogramma’s bij de militaire vakbond AFMP;

– het Grote Defensiedebat dat Elsevier op 27 februari organiseerde;

– een inventarisatie van de standpunten over ontwikkelingssamenwerking door Partos.