Miljardenorders voor wederopbouw militaire apparaat Irak

Vredesmagazine nr.3 2012 - Bijna 25 jaar zat Irak op slot voor de internationale wapenindustrie. Een wapenboycot dat werd ingesteld door de Verenigde Naties na de inval in Koeweit in 1990, maakte dat Saddam Hoessein moest interen op een oorspronkelijk redelijk goed uitgerust militair apparaat, dat in de decennia ervoor – ook tijdens de Irak-Iran oorlog in de jaren ‘80– van alle kanten tot over de oren bewapend was.

Niet alleen verdienden Amerikaanse bedrijven miljarden aan instant orders in het kader van de bezetting van Irak 2003, in de jaren erna zwelt langzaam de stroom orders aan voor de wederopbouw van het deels verwoeste, deels zwaar verouderde Iraakse wapenarsenaal. Dat gebeurt deels met Amerikaans geld, maar tegenwoordig vooral uit de olie-opbrengsten van Irak.

Sinds dat embargo in 2004 werd opgeheven buitelen de bedrijven over elkaar heen om het hele spectrum van pistolen tot en met gevechtsvliegtuigen aan Bagdad te slijten, niet in de laatste plaats Europese leveranciers.

Zo leverde Frankrijk zes bewapende Gazelle helikopters die de luchtmacht in de uitverkoop had staan. Voor 360 miljoen euro komen daarbij nog 24 lichte helikopters van Eurocopter, onderdeel van het pan-Europese wapen- en vliegtuigbouwconcern EADS.

Griekenland dat zelf veel tweedehands materieel uit West-Europese landen en de VS afneemt, gaf 100 overtollige pantservoertuigen cadeau. Hongarije deed hetzelfde met 77 T-72 tanks die op kosten van de Amerikanen een flinke opknapbeurt kregen. Dat was de opmaat voor de Hongaarse verkoop van 66 surplus pantservoertuigen ter waarde van 30 miljoen euro, waar Poolse en Oekraïense bedrijven de modernisering verzorgden. Polen verkocht 600 pantservoertuigen. Tsjechië hoopt in ruil voor olie 36 lichte gevechtsvliegtuigen, die het noodlijdende Aero Vodochody bouwt, te kunnen verkopen. Servië verkoopt twintig trainingsvliegtuigen voor een kleine 200 miljoen euro en de Italiaanse werf Fincantieri levert voor 80 miljoen euro vier patrouilleschepen.

Ook uit de eigen regio komt ‘steun’. Jordanië schonk Irak sinds 2004 266 pantservoertuigen en ook de Verenigde Arabische Emiraten doneerden helikopters en pantservoertuigen. Pakistan verkocht voor 25 miljoen euro enkele tientallen voertuigen en ook in Turkije bestelde Irak pantservoertuigen: 573 stuks voor 70 miljoen euro.

Fier aan kop van de lijst leveranciers staan Amerikaanse bedrijven, van helikopterfabrikant Bell tot Hercules transportvliegtuigen van Lockheed Martin. Het Amerikaanse Swiftships levert voor zo’n 200 miljoen euro 12 tot 15 bewapende patrouilleschepen. Ook verdienen Amerikaanse bedrijven aan de verkoop van buitenlandse spullen. Het bedrijf Arinc treedt als tussenpersoon op voor de verkoop van Russische Mi-17 helikopters aan Irak. Opvallend is ook de levering van Cessna vliegtuigen die zijn uitgerust met Hellfire raketten. Duizenden Hummers, pantservoertuigen en kanonnen kreeg Irak van de Amerikanen cadeau.

Meest controversieel is de aankoop van F-16 gevechtsvliegtuigen, waarvan Irak er 36 wil kopen. Eerder werd de aankoop nog uitgesteld, omdat de Iraakse regering vond dat sociale programma’s in het land voorrang hadden, maar dat bleek vooral voor de bühne. Met de verkoop van de F-16 hoopt Lockheed Martin op termijn ook de veelgeplaagde JSF aan Bagdad te kunnen slijten. De president van de autonome Koerdische regio, Massoed Barzani, zette de afgelopen maanden regelmatig vraagtekens bij de massale aankoop van wapens, in het bijzonder ook de F-16. “Wij zijn bang dat de cultuur zal terugkeren die gelooft dat de taal van het vliegtuig, de tank en het kanon de taal is die problemen oplost.”

Irak heeft voor de komende jaren nog vele miljarden euro’s te besteden om een ambitieus wapenaankoopplan te financieren. Nu Westerse landen bezuinigen struikelt de internationale wapenindustrie nog meer dan voorheen over elkaar om aan een land als Irak te leveren.

De mix van grootschalige wapenleveranties en de uiterst fragiele veiligheidssituatie in Irak doet velen vrezen dat de huidige bewapeningsronde de stabiliteit van het land verslechtert. Mocht de vlam in de pan slaan zal aan moderne wapens in geen geval gebrek zijn. Enigszins geruststellend is dat het Iraakse defensiebudget amper toereikend is om de helft van de verder nog geplande wapenaankopen te realiseren. Maar daar staat weer tegenover dat steeds meer landen daarvoor in de plaats ‘flexibele betaalmethoden’ toestaan – op krediet of in ruil voor olie.

 

Frank Slijper, Campagne tegen Wapenhandel