In 2025 lanceerde de Europese Commissie (EC) het plan ReArmEU, waarin wordt gesteld dat er €800 miljard nodig is om Europese wapenindustrie en bewapening te stimuleren. Dat geld heeft Europa natuurlijk niet op de plank liggen: het moet worden geleend. De Commissie zelf leent voor dit militariseringsplan €150 miljard op de kapitaalmarkt, de rest moeten de lidstaten zelf bij elkaar harken op de publieke en private financieringsmarkt.
Om ze te helpen past de Commissie de Europese begrotingsregels hiervoor aan, iets wat een decennium geleden nog absoluut taboe was voor het redden van Griekenland. Toen dat land zijn pensioenen, zorgkosten en andere sociale uitgaven wilde blijven betalen bleek het schuldenplafond van 3% keihard, maar voor militaire uitgaven mogen de lidstaten van de EU nu hun schuldenplafond overschrijden. Ook stelt Brussel financieringsbronnen open die eigenlijk bedoeld zijn voor sociale projecten, zoals de cohesiefondsen en de Europese Investeringsbank (die zelfs een speciale ‘defensiedesk’ heeft geopend om de wapenindustrie te helpen). De kosten voor de Europese militarisering worden met dit leningenbeleid afgewenteld op de volgende generatie, die ook al moet opdraaien voor de snel toenemende kosten van de klimaatcrisis.
Ongecontroleerde wapenhandel
Tegelijkertijd worden in Brussel verregaande beleidswijzigingen voorgesteld om de Europese Unie te ‘dereguleren’ op het gebied van wapenhandel. Vrijhandel voor wapens en militaire technologie zou de maakindustrie en kenniseconomie in de EU moeten stimuleren, zoals voorgesteld in het Draghi-rapport over het concurrentievermogen van de EU. In dit rapport wordt de wapenindustrie als motor voor economische ontwikkeling voorgedragen. De aldus gemaakte wapens moeten verkocht worden aan de lidstaten, maar omdat de Europese markt klein is – zelfs met de enorm stijgende militaire uitgaven vallen de hoge investeringskosten nauwelijks terug te verdienen – moet ook de concurrentiepositie op de internationale wapenmarkt bevorderd worden, aldus het Draghi-rapport. Dat betekent: meer wapenexport naar landen buiten de EU. Blijkbaar ontbreekt elk besef dat ongecontroleerde en onbeperkte wapenhandel leidt tot meer onveiligheid en meer geweld en mensenrechtenschendingen. Organisaties als het Europees Netwerk Tegen Wapenhandel luiden de noodklok, maar vinden weinig gehoor bij het Europees parlement.
Mannen van ijzer
In Europa leeft een sterke wens tot ‘strategische autonomie’. De Verenigde Staten zeggen al langer dat ze minder willen investeren in Europese militaire verdediging, en vooral onder Trump is de VS een gevaarlijke en wispelturige bondgenoot geworden. EU Commissaris Kubelius voor Defensie en Ruimtevaart heeft plannen voor sterkere Europese krijgsmachten en een sterke wapenindustrie samengevat in de EU Omnibus voor Defensiegereedheid. Uit alles blijkt dat Europese leider veiligheid alleen denken te bereiken met meer wapens en meer militaire infrastructuur. Je kan het beleid samenvatten als: mannen en ijzer. (Als toppunt van feminisme geldt dat in sommige landen ook vrouwen in dienst mogen) Er is geen visie op veiligheid die verder gaat dan militarisme en bewapening en alles wordt afgestemd en ingepast in de NAVO. Europese regeringen hebben geen idee wat ze moeten zonder de NAVO en de Amerikaanse kernwapens. Er is geen Europese militaire bevelsstructuur, als er oorlog gaat worden gevoerd in Europa zal dat via de NAVO-structuren gaan. Hoewel alles er op wijst dat Trump de belangen van Europese landen aan zijn laars lapt is er geen plan voor het opzetten van een overlegstructuur waarin Europese veiligheidsbelangen besproken kunnen worden, buiten de NAVO om. Bijvoorbeeld het revitaliseren van de OVSE. Er is ook geen visie over hoe Europa vrede kan bevorderen; de Europese Commissie en de Europese regeringen spreken eigenlijk nooit over vrede maar alleen over veiligheid, ingevuld als: ‘het vermogen tot militaire afschrikking’.
StopReArmEU
Geschrokken van de plannen voor enorme Europese militaire uitgaven hebben maatschappelijke organisaties uit een groot aantal Europese landen zich verenigd in het platform StopReArmEU. Volgens StopReArmEU vergroot het Europese bewapeningsplan de kans op oorlog en leidt het bovendien tot meer schulden, meer bezuinigingen, meer klimaatcrisis en meer ongelijkheid. In Nederland is dat bijvoorbeeld zichtbaar in verregaande bezuinigingen, terwijl de militaire uitgaven in 2026 probleemloos met € 3,4 miljard stijgen. De kans dat een nieuwe regering de bezuiniging terugdraait is klein, want militaire uitgaven krijgen prioriteit boven alles.
De EU heeft de naam van het bewapeningsplan inmiddels verandert van ReArmEU in Readiness 2030. Het was ook een rare naam: er was nooit sprake van een ‘DisArmed’ EU; de gezamenlijke Europese militaire uitgaven zijn na de VS al jaren de hoogste in de wereld. In 2024 gaven de EU-landen samen €343 ($402) miljard uit aan bewapening en militaire activiteit, 19% meer dan in 2023. Dat is een stuk minder dan de Verenigde Staten ($997 miljard) maar meer dan China ($314 miljard) en Rusland ($149 miljard). Van die uitgaven is bijna 40% % bestemd voor de aankoop van nieuwe wapens, de rest gaat naar zaken als infrastructuur, weddes en oefeningen. De cijfers van 2025 zijn nog niet berekend, maar het Europees Defensie Agentschap voorspelt dat deze op minimaal €381 miljard zullen uitkomen. Een deel van de Europese militaire uitgaven wordt gebruikt voor steun aan de strijdkrachten van Oekraïne, van 2022 tot 2024 was dat €63,2 miljard, met daar bovenop €11,1 miljard uit de Europese Vredesfaciliteit. Niet in deze bedragen opgenomen zijn trainingsmissies en directe steun aan Oekraïense wapenbedrijven.
Maar de meeste Europese militaire uitgaven gaan naar de opbouw van Europese militaire macht, militaire industrie en infrastructuur (het versterken van wegen en bruggen voor vervoer van zwaar materieel voor wat de Duitse vredesbeweging cynisch en bezorgd het ‘Oostfront’ noemt.) Heel Europa wordt gemilitariseerd, NAVO-landen streven naar 5% van hun BBP voor militaire uitgaven, een ongekend hoog bedrag dat is geëist door Trump en braaf is overgenomen door Europese regeringen. Een groot deel van dit geld wordt besteed in de Verenigde Staten, want ondanks retoriek over steun aan Europese wapenbedrijven kopen veel generaals en admiraals hun dure systemen het liefst in de VS, ook als er Europese alternatieven voorhanden zijn. De grootste wapenbedrijven zijn in bezit van grote investeringsmaatschappijen zoals Blackrock, en zo vloeien enorme bedragen aan publiek geld via de wapenindustrie in de zakken van de superrijken.
Inclusieve veiligheid
Veel mensen in Europa nemen voetstoots aan dat alleen afschrikking door geweldsdreiging veiligheid biedt. Voor vredesgroepen is het een behoorlijke uitdaging om de discussie daarover open te breken, want de dominantie politieke wind is rechtsconservatief, hiërarchisch, patriarchaal, autoritair en militaristisch. Middenpartijen en Groene partijen gaan daar in mee en hebben geen eigen visie op hoe vrede en veiligheid in Europa er uit zou moeten zien. Terwijl het hoog tijd is dat we de vraag beantwoorden wat Europese veiligheid is. Los van de obsessie met wapens, geweld en afschrikking, los van commerciële belangen van de wapenindustrie. Het is niet waar dat men alleen veilig is als men tot de tanden toe bewapend is. Het tegendeel zou wel eens het geval kunnen zijn. Veiligheid is zeer gebaat bij rechtvaardigheid, een rechtvaardige vrede, waarbij ook de veiligheidsbehoefte van andere landen in acht genomen wordt; de inclusieve veiligheid waarover hier al vaker geschreven is.
Zelf aan de slag
Het Europese vredesplatform StopReArmEU probeert tegenwicht te geven. Meer dan 800 organisaties ondertekenden een brief aan de leden van het Europees parlement aan de vooravond van de stemming over het budget voor 2026 en de onderhandelingen over het volgende meerjarenbudget 2028-2034. De organisaties vroegen de parlementariërs om het geld niet aan oorlog maar aan vrede uit te geven. StopReArm organiseert ook online discussies, deelt informatie over aangesloten organisaties en brengt Europese samenwerking tot stand. En er wordt gewerkt aan een grote demonstratie in Brussel tegen Europese militarisering, waarover binnenkort meer.
Net als veel platforms wordt StopReArmEU gedragen door vrijwilligers en door mensen die al een volle taak hebben in andere vredesorganisaties. Dat beperkt de slagkracht, maar maakt het platform ook ‘van ons’, vrij van externe financiers of overheidsgeld. We zullen het als Europese burgers zelf moeten doen. Want hoewel het Dona Nobis Pacem weer veel gezongen wordt, weten we allemaal dat vrede ons niet gegeven zal worden, we moeten daar zelf voor aan de slag.
Wendela de Vries
Een ingekorte versie van dit artikel verscheen in de Vredesspiraal no.1 2026 van Kerk en Vrede