Verkoop tweedehands wapens in lift dankzij onder meer orders Jordanië

Amsterdam, 14 maart 2014 - Na een paar mindere jaren zit de verkoop van afgestoten wapens door Defensie sinds vorig jaar weer in de lift. Een aantal controversiële deals met Jordanië levert hier een belangrijke bijdrage aan. Dat schrijft de Campagne tegen Wapenhandel in het vandaag verschenen rapport 'Hoge kwaliteit, zo goed als nieuw: tweedehands wapens uit Nederland'.

Jordanië is een grootafnemer van afgestoten Nederlands materieel: de krijgsmacht verkocht het land de afgelopen jaren vliegtuigen, pantservoertuigen en houwitsers. Dit ondanks het feit dat het land kampt met interne spanningen en grenst aan Syrië.

Jordanië fungeert als doorvoerland voor wapens naar Syrische rebellen en ook als trainingsgebied voor opstandelingen door de CIA. Als Jordanië verder betrokken zou worden bij de Syrische oorlog, is de aanwezigheid van zware Nederlandse wapens een extra ricicofactor voor escalatie.

De mensenrechtensituatie in Jordanië is zorgelijk. Hoewel er in vergelijking met andere landen in de regio geen grootschalig militair vertoon tegen de demonstraties van de afgelopen jaren is vertoond, hoeft er geen twijfel over te bestaan dat het leger een steunpilaar van het autocratische regime is. Wanneer er grootschaliger verzet opkomt, valt te verwachten dat het leger een openlijkere repressieve rol gaat spelen. Het is een verkeerd signaal zo'n krijgsmacht te gaan versterken door wapens te leveren.
Zeker wat betreft de levering van pantservoertuigen zou Nederland wat dat betreft van fouten uit het verleden, zoals de verkopen aan Bahrein en Egypte, moeten leren. In beide landen werden tijdens de Arabische Lente door Defensie verkochte pantservoertuigen ingezet bij het onderdrukken van volksopstanden.

Door de Tweede Kamer geuite bezwaren tegen de export naar Jordanië wuift de regering allemaal weg. De controlerende rol van de Tweede Kamer wordt geminimaliseerd doordat de regering bij monde van de minister van Buitenlandse Zaken meent dat de Kamer niet over individuele orders gaat, maar slechts over algemene beleidslijnen.